Hofstade Geschiedenis


De Boerenkrijg (1798)

Na de Franse revolutie werden onze gewesten bij Frankrijk ingelijfd op 1 oktober 1795. Onze voorouders werden officieel Fransen. Naast de administratieve hervormingen die een einde maakten aan het ancien regime werd de bevolking vlug geconfronteerd met zware belastingen en met kerkvervolging. De afkeer van de bevolking van de Fransen werd ten top gedreven door een decreet van 13 oktober 1798 waarbij de conscriptiewet werd ingevoerd en jonge mannen van 20 tot 25 jaar gedwongen werden dienst te nemen in het Franse leger. Over heel Vlaanderen weigerden de meesten op dit bevel in te gaan en verkozen 'onder te duiken'. Voor de Franse bezetters, de Sansculotten, waren ze 'brigands'. De onderduikers zochten een schuiloord in de bossen tot wanneer ze bij het luiden van de stormklok de strijd zouden aanbinden: de Boerenkrijg. Tot tweemaal toe werd Aalst vanuit Hofstade door de 'brigands' bedreigd, maar telkens werd de aanval afgeslagen. Op 23 oktober 1798 om 22.30 uur luidde de stormklok te Hofstade en in verscheidene dorpen uit de Aalsterse omgeving. Door een driehondertal 'brigands' onder de leiding van de zoon Van Biesen, brouwer te Gijzegem, die riepen "Leve de keizer" en "Weg met de dwingelanden", werd te 23 uur een aanval op de stad ingezet. Maar ook deze aanval werd door de Fransen afgeslagen. Eén dode bleef in de strijd.

De hongerjaren (1845-1847)

In 1845 waren de aardappelen mislukt, "ter oorzake van een verschrikkelijke plaag". Felix Huylebroek van Babbelaar noteert in zijn dagboek: "In 't jaer 1845 is een straf aen de aardappel gekomen. Dat ter wijnig overschoten om het jaer daernaer te planten. In 1846 aen het graen en de aerdappel, weder, waer van eenen groeten dieren tijd kwaem onder het mensdom. Het graen golt tot 25 a 26 guldens, de tarwe tot 35 a 34 gulden, de petaten tot vijf franc en half ...". Vooral gedurende het jaar 1847 was de nood zeer groot. Want zonder aardappelen, geen eten voor het volk. Geen wonder dat het aantal behoeftigen dat te Hofstade 290 personen bedroeg in normale tijden, in 1846 gestegen was tot 600 en in 1847 tot meer dan 700. Hofstade telde toen zo'n 1900 inwoners.

De spoorlijn Dender en Waas (1853-1964)

De maatschappij "Dender en Waas" legde in 1853 de spoorlijn Aalst-Dendermonde aan met een station in Hofstade. Talrijke pendelaars kregen hierdoor een spoorverbinding met Brussel, Gent en andere bestemmingen. De spoorlijn speelde hierdoor een belangrijke rol in het sociaal-economisch leven. De bedding van de spoorlijn is nu een fietspad, sinds 2006 officieel "Notelaarspad" geheten. Deze vroeger spoorwegbedding en het voormalig seinhuisje zijn nu de enige tastbare overblijfsels van de vroegere "ijzeren weg".

De eerste schoolstrijd (1879-1884)

De vrijzinnige regering Frère-Orban (1879-1884) wou de invloed van de Kerk op de maatschappij verminderen. Met de zogenaamde 'ongelukswet van 1 juli 1879' wou de regering het onderwijs onder staatstoezicht brengen. Godsdienstonderwijs werd uit de lijst van de verplichte leervlakken geschrapt en mocht alleen gegeven worden op uitdrukkelijk verzoek van de ouders. Bovendien moest dit vak buiten de leesuren aangeleerd worden. De bisschoppen veroordeelden deze wet: "Ze is gevaarlijk en nadelig in de natuur, bevorderde de voortplanting van de ongelovigheid en de onverschilligheid, een aanslag tegen het geloof, de godsvrucht en de godsdienstige rechten van het volk". Ze verboden ouders hun kinderen nog naar scholen te sturen die onder staatscontrole stonden. Het werd de aanloop tot de oprichting van een katholiek schoolnet over gans het land, ook te Hofstade. Sylveer, Donaat en Franciscus Matthijs en hun zuster Barbara kochten naast de pastorie een huis met hof om er een school te bouwen op hun kosten. Mevrouw Pannecoeck schonk haar hof en grote schuur om de school in september toch te kunnen openen. Het vrij katholiek onderwijs ging van start op 30 oktober 1880. De afschaffing van de 'ongelukswet' in 1884 zorgde voor een zekere ontspanning. Met Pasen 1899 werd het vrij katholiek onderwijs toevertrouwd aan de Zusters van Sint-Vincentius a Paulo van Gijzegem. Zij zouden zich inzetten voor het onderwijs en de opvoeding van de meisjes, terwijl de jongens naar de gemeenteschool verhuisden.

De Viscose (1904-1970)

De kunstzijdefabriek 'de Viscose' werd langs de Tragel opgericht op 15 oktober 1904. Hierdoor kwamen er in de onmiddellijke omgeving ernstige tewerkstellingsmogelijkheden. Vanaf 1932 heette de fabriek "Fabelta". Door de gestatige uitbreiding van de fabriek werken er omstreeks 1930 zo'n 1900 arbeiders en bedienden. Dit industrieel centrum kon de economische wetmatigheden niet ontlopen en moest zijn boeken sluiten in 1970.

Bevolking (jaartal: inwoners)

1634: 490 1846: 1.891 1930: 3.801
1636: 490 1856: 1.917 1940: 4.231
1637: 496 1866: 2.002 1941: 4.250
1636: 506 1877: 2.096 1942: 4.208
1804: 1.300 1880: 2.138 1943: 4.225
1815: 1.625 1890: 2.257 1944: 4.301
1816: 1.624 1895: 2.355 1945: 4.302
1825: 1.366 1900: 2.763 1946: 4.323
1829: 1.933 1910: 3.196 1947: 4.445
1840: 1.910 1920: 3.158  

 

Bronnen:

- SEYN, Eug. DE, Dictionnaire historique et geographique des communes Belges, Bruxelles, A. Bieleveld, 1924, Tome Premier.